De Keus

moonzwAnnabel warmt haar handen boven het kampvuur. Het geknetter klinkt ondertussen vertrouwd. Tristans gezicht licht oranje op als hij vanuit de pikzwarte nacht komt aanlopen. Zijn donkere ogen hebben een andere glans vandaag. Een belofte hangt in de lucht.
Ze glimlacht en ze ritst haar gevoerde vest dicht. De kilte in de bergen valt haar telkens opnieuw tegen. Voor ze hem leerde kennen had ze nog nooit een tent vanbinnen gezien, laat staan ergens in de wildernis gekampeerd. Ze moet toegeven; het heeft iets. Een bepaald gevoel van vrijheid. Al denkt ze op vroege ochtenden in de struiken — met het kippenvel op haar blote achterste — er altijd weer anders over. Maar Tristan is onweerstaanbaar. Geen enkele andere man kan aan hem tippen. Dus als dit zijn passie is kan ze zich daar wel bij neerleggen, ook al hoopte ze deze keer voor de verandering op een hotelletje. De manier waarop hij haar gisteren meevroeg, bevestigde haar vermoeden.
Hij gaat naast haar zitten. Zijn warmte omhult haar en ze volgt zijn blik omhoog. De maan schemert als een koude bal achter wolkenslierten tussen de boomtoppen door.
‘Schat. Ik wil je iets vragen.’ Tristan wikkelt een haarlok van haar om zijn vingers en ruikt er aan.
Haar hart bonkt in haar keel. Eindelijk.
‘Wil je met me trouwen, Annabel?’
‘Yes!’ Ze slaat haar armen om zijn nek. Hier heeft ze al die maanden op gehoopt.
‘Wacht. Ik moet je iets vertellen. Wat heel belangrijk is en bij me hoort.’ Bijna ruw duwt hij haar van zich af. Normaal gesproken is zijn blik al indringend, maar nu bezorgd het haar kippenvel. ‘Je wordt meer dan mijn vrouw wanneer je toestemt in een huwelijk.’
‘Hoe bedoel je?’ Wat doet hij formeel. Met haar wijsvinger raakt ze zijn stugge baard aan.
‘De afgelopen maanden voldeed je aan al mijn verwachtingen,’ zegt hij met een serieus gezicht.
‘Je voldoet ook aan míjn verwachtingen, hoor.’ Iets weerhoudt haar ervan in lachen uit te barsten.
‘Zo bedoel ik het niet. Je bent precies het vrouwtje dat bij me past.’ Zijn handen liggen hard op haar bovenbenen, zijn greep doet zelfs pijn.
‘Ik begrijp het niet, Tris. Je hebt mij nooit “je vrouwtje” genoemd. Het klinkt zo neerbuigend.’
Een windvlaag laat vonkjes opspatten. Een huivering trekt door haar heen. In het donker weergalmt zijn lach. ‘Ach, Annabel. Ik houd zoveel van jou.’
Met een kracht die ze niet van hem gewend is trekt hij haar op schoot. Zijn spieren drukken hard tegen haar rug. Voor het eerst moet ze de neiging onderdrukken hem van zich af te duwen. ‘Je instincten zijn precies goed. Voel je het ook?’ Zijn warme adem kriebelt in haar nek.
Ze slikt, maar de misselijkmakende prop blijft in haar keel zitten.
‘Wil je mijn wijfje worden? Zometeen verander ik in een wolf,’ fluistert hij in haar oor.
Dit droomt ze. Dit bestaat niet. Of toch wel? Zijn greep om haar middel wordt strakker.
‘Ik moet het nu weten. Als je ja zegt, dan hebben we een goed leven samen. Geloof me, je zult het geweldig vinden, de jacht één keer per maand. Maar als je nee zegt … je begrijpt natuurlijk wel dat er geen getuigen mogen zijn …’
IJspegels kruipen haar ruggenwervel omhoog.
‘De keus is aan jou. De bewoonde wereld is hier ver vandaan. Ik moet het nu weten, Annabél …’

2 gedachtes over “De Keus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s