Het morsige condoom

De wodka brandt een weg door haar keel. Zij, Sabrina de koelbloedige advocate, drinkt zich moed in. Ze plakt de postzegel op de envelop. Ietwat scheef. Fronsend staart ze ernaar. Het moet maar. Meteen naar de brievenbus, morgen bedenkt ze zich.

Het is ver na middernacht. Haar naaldhakken tikken op de stoeptegels. Met ingehouden adem duwt ze de brief in de bus. Nu is er geen weg meer terug en ze laat de lucht uit haar longen ontsnappen. Een frisse wind doorbreekt haar benevelde toestand. Waar is ze in vredesnaam mee bezig? Ze wringt haar hand door de gleuf, kan er niet bij, ze stampt. Een hak breekt af.
‘Verdorie!’ Misschien heeft ze geluk en woont hij er niet meer. Op het internet kan ze nergens iets van hem ontdekken en juist zij is erin bedreven verdwenen personen op te sporen. Zijn adres zit in haar hoofd, al meer dan dertig jaar. Misschien is hij getrouwd. Dat was de belangrijkste reden om later geen contact op te nemen. In haar beroep is ze meer dan een ander ervan bewust wat de gevolgen van een scheiding zijn.
Ramon vertegenwoordigde alles wat ze zelf niet had. Een innerlijke passie. Met een intense gedrevenheid leefde hij op zijn boerderij. Een paar kippen, geiten en een groentetuin. Een ezel, waar hij eens per maand het smalle pad langs de kliffen mee afdaalde om boodschappen te doen. Soms verkocht hij een schilderij. Ramon leefde bij de dag. Hij zou nooit ergens anders kunnen aarden, vertelde hij haar.
Smoorverliefd, was ze. Onbezonnen. Het morsige pakje condooms vond hij ergens in een lade. Al bij de eerste wilde vrijpartij scheurde er eentje. Het kon haar niets schelen. Ze wilde hem en was bereid alles daarvoor op te geven. Nooit meer heeft een man op die manier tot haar kunnen doordringen. Nooit meer heeft ze zich zo volledig aan iemand gegeven.
Terug in Nederland begon ze te twijfelen. Zij was niet de persoon om ergens aan de rand van de wereld haar leven te leiden. De verliefdheid zou zakken en ze zou zich doodvervelen. Hem verwijten dat ze niets met haar leven had gedaan. Haar kansen zou hebben vergooid. Ze kende hem niet eens echt. Door een roze bril had ze zich maar wat graag laten verleiden.
De gevolgen lieten niet lang op zich wachten. Haar ouders betaalden haar opleiding, maar hadden geen zin in een schreeuwende baby. Ze begrepen niet dat ze zich zo door haar gevoel had kunnen laten leiden met haar normaal zo gezonde verstand. Overdag vond ze een baan in een magazijn waar een kinderopvang bij inzat, in de avonden en nachten studeerde ze. Met haar dochtertje woonde ze in een tweekamerappartement in een achterstandswijk. Het opende haar ogen, ze zag haar bevoorrechte positie en nam zich voor haar zware studie te volbrengen. Dagelijks verdrong ze haar verlangen naar hem.
Ramona lijkt in alles op hem. Haar bevlogenheid. Haar temperament. Haar blik, als ze ergens haar zinnen op heeft gezet. Ze is naar Griekenland afgereisd, haar vader zoeken. Dat was de aanleiding van deze brief, een opvliegende dochter waar hij geen weet van heeft. Het had een zakelijk bericht moet worden.
Sabrina schopt haar schoenen uit. Op blote voeten gaat ze naar huis. Het voelt bevrijdend.

Vanuit de werkkamer staart Sabrina naar haar tuin. In tegenstelling tot haar strak ingerichte huis is het een explosie van bloeiende planten en struiken. Sinds vorige week kan ze zich nergens op concentreren. Hoe haalde ze het in vredesnaam in haar hoofd om hem zo haar innerlijke belevingswereld te vertellen? Keer op keer vliegt het schaamrood naar haar kaken. Ze heeft zelfs de post benaderd. De brief was onderweg, daar konden ze niet aan beginnen, zei een ongeïnteresseerde medewerker. Ze slaapt slecht, voortdurend zit Ramon in haar gedachten. Misschien herinnert hij zich haar niet eens meer. Geen enkele optie voelt bevredigend.
De bel gaat.
‘Ik ga wel, roept ze naar de interieurverzorgster.
Bij de camera staat een bloemist, verscholen achter een enorm boeket. Haar hart klopt een paar slagen sneller. Ze drukt op de knop en het hek schuift opzij.
Een goedgeklede man komt het grindpad op. Zijn donkere haardos is grijs aan de slapen. Een korte baard, een verweerd gezicht. Ze herkent hem aan zijn ogen, zijn ondeugende en tegelijkertijd vastberaden blik.
Sabrina houdt zich aan de deurpost vast, ze vertrouwt haar benen niet meer.
‘Ik kom je halen.’ Is het enige wat hij zegt voordat hij haar in zijn armen neemt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s