De Titanic

Gisteravond viel ik bijna van mijn stoel. Sterker nog, ik kon er niet van slapen. Ik ben een fan van Thomas Olde Heuvelt, vol ongeduld wacht ik op zijn nieuwe boek ‘Orakel’ dat op 20 januari gelanceerd zou worden. Op Facebook las ik dat hij de lancering wil uitstellen, i.v.m. de lockdown. Wat blijkt, om zijn woorden te herhalen: “Veel grotere titels hebben ze juist nodig als ze fysiek weer open zijn; de online verkoop haalt het namelijk geenszins bij de aanwezigheid van mensen in de boekhandel.”

Ik ben maar een heel klein titeltje, vergeleken met hem, en moet het juist van de online verkoop hebben. Wij onbekende schrijvers mogen al blij zijn als we in een aantal boekwinkels van onze eigen stad liggen. Ik sprong een gat in de lucht dat ik, net voor alles op slot ging, vijf exemplaren bij de Bruna mocht achterlaten. Want zeg nu zelf, er is niets mooiers dan een nieuw boek vasthouden in een winkel. In mijn dromen stel me voor dat ik overal in Nederland zichtbaar te verkrijgen ben. De boekenplankjes op Hebban zakken door onder het gewicht van mijn exemplaar, de recensies vliegen om mijn oren; zonder dat ik hoef te bedelen.

Helaas ontwaak ik in een harde werkelijkheid. Is mijn prachtige creatie: ‘Een Moment In Tijd’ gedoemd te zinken in een woelige zee, samen met andere beginnende collega-auteurs, op het wereldwijde web? Wij krijgen geen reddingsvesten toegeworpen in de vorm van schitterende reclame. Onze hoofdpersonen verdrinken op het onderdek. Het voelt als de Titanic.

Ik huil met mijn personages mee. Ze zijn mijn familie. Is er nou niets wat ik kan doen om ze te redden? Als ik schrijf, zijn er oplossingen te over. Hoe meer conflicten hoe beter. In mijn gewone wereld kijk ik machteloos toe, snik ik achter mijn laptop, en zie maar één enkele uitweg …

Om niet te wanhopen, en om mijn personages in leven te houden, begin ik een volgend boek met de titel: “Onzichtbare Grenzen”.

De gedachten achter mijn boek: “Een Moment In Tijd”

Ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, het bovennatuurlijke fascineert me. En ik hou van schrijven, dus is een boek voor mij dan ook een prachtig middel om mensen mee te nemen op een reis, waarin werkelijkheid, fictie en magie een eigen leven leiden. Je kunt als lezer uiteindelijk zelf bepalen wat je wilt geloven en wat niet.
Ik schreef al geruime tijd korte mystieke verhalen. Ze speelden zich af in Nederland, Australië en zelfs in Afrika. Deze verhalen plaatste ik destijds op ‘Hyves’. Kun je nagaan hoe lang ik daar al mee bezig ben. Ik had een aantal ‘volgers’. Vijf, of zoiets. Maar wel heel enthousiaste, en die wilden meer weten over de personages. Zonder dat ik het bewust voor ogen had, had ik de eerste hoofdpersonen gecreëerd.
Nu moest ik nog een geloofwaardig avontuur verzinnen. Ik wilde absoluut geen zweverig boek schrijven. Iets met reizen en verre landen leek mij een goed idee. En heel veel conflicten.
Mijn dochter was backpackster. Dus ik kende de reisverhalen uit eerste hand. Ik ben zelfs ruim drie weken met haar op pad geweest. In Australië, van hostel naar hostel, tussen allemaal jonge mensen is een unieke ervaring. En dan heb ik het niet over de keurige Nederlandse hostels waar ook jonge gezinnen verblijven. Ik was in de ‘echte’. In een doolhof van gangen zocht ik ’s nachts het toilet dat zich in sommige gevallen zelfs buiten op een binnenplaats bevond. De terugweg was dan net zo spannend. De hygiëne stond niet erg hoog op het lijstje. Hoewel het volgens mijn dochter nog veel erger kon, deze ‘schone’ had ze speciaal voor mij uitgezocht. Al met al een prachtig avontuur om nooit meer te vergeten.
Met dit in mijn achterhoofd, was de stap naar mijn hoofdpersoon een logisch gevolg.
Lotte gaat backpacken! Haar bestemming wordt een andere dan ze zelf voor ogen had. Want, hoe krijg je een jonge nuchtere Hollandse vrouw zover dat ze op zoek gaat naar haar innerlijke roots. Juist, haar leven wordt volledig op zijn kop gezet door iets waar ze geen controle meer over heeft.
In Bangkok wordt Lotte opgepakt voor het bezit van drugs.
Maar, wat is een verhaal zonder de liefde.
Tyler, een jongeman is de tweede belangrijke persoon. Hij ziet hoe Lotte onwel in het vliegtuig weggedragen wordt, en vertrouwt het niet. Tyler is van Engels/Australische afkomst. Net als Lotte wordt hij tijdens deze reis geconfronteerd met zijn afkomst. De roots van zijn Australische vader. Gaat hij Lotte vinden?
De oom van Lotte, Boudewijn, is met zijn gezin op een luxe jacht op wereldreis. Aan boord zijn de nodige strubbelingen. Wanneer hij hoort dat zijn nichtje in Azië in de problemen zit, zetten ze koers naar Thailand. Deze reis verloopt niet vlekkeloos.
Dan hebben we nog Piet. Zijn leven is op een zijspoor belandt. In het vliegtuig tussen alle luidruchtige backpackers heeft hij al spijt van zijn beslissing alleen naar Thailand af te reizen.
En Gussie? De taxichauffeur. Zonder dat hij het in de gaten heeft wordt hij de verbindende persoon in het verhaal.
Dit boek wilde ik zo levensecht schrijven dat je als lezer het gevoel krijgt dat het jou zou kunnen overkomen. Ik wilde heel dicht op de huid zitten van alle personages. Daarom heb ik ervoor gekozen om vanuit verschillende perspectieven te schrijven. Daarmee kon ik me ook heel goed met de personen verbinden. Eigenlijk vertelden de hoofdpersonen mij hun verhaal. Het boek schreef zichzelf. Toen ik er aan begon had ik absoluut geen idee dat het tot zoiets groots zou uitgroeien.
Het boek begint met Granny, een mysterieuze oude vrouw. Zij is de drijvende kracht. De hoofdpersoon op de achtergrond. De rode draad, waar dit hele verhaal op gefundeerd is.


“Een Moment In Tijd” is online verkrijgbaar in alle boekhandels.

Haar Voornemen

De oliebollen liggen als een zak cement in haar maag. Een wrange smaak van de rode wijn plakt in haar keel. De tv produceert alleen herrie, iedereen schreeuwt eroverheen. Om de tijd te doden doet ze met de kleintjes een spelletje. De jongste vertelt iets, zijn ogen glanzen. Ze knikt, geen idee waar hij het over heeft.

Eindelijk twaalf uur. Ze toasten. Schouderklopjes, lachende gezichten. Geen zoenen deze keer. Een nieuw jaar strekt zich leeg en tegelijkertijd beklemmend voor haar uit. Ook zonder vuurwerk heeft ze inmiddels een zeurende hoofdpijn.

Kwart over één. Met goed fatsoen kan ze nu weg.
‘Nee, ik blijf niet slapen. Het is maar een klein stukje,’ legt ze voor de zoveelste keer op weg naar de kapstok uit. ‘Ja, ik ga alleen. Echt waar, vieren jullie maar gezellig door.’ Bemoedigend probeert ze naar de vier gezichten te glimlachen. Het schijnt te lukken, niemand dringt verder aan.

Ze zwaait een laatste keer, en kijkt niet meer om. Een natte mist kleeft in haar longen. Met opgetrokken schouders stapt ze stevig door. De kilte van het water komt haar haar tegemoet.

Midden op de brug blijft ze staan, als vanzelf omklemmen haar handen het koude staal. Nevelslierten dansen om de pijlers, zwart stroomt het water in de diepte wanneer ze haar voeten op de reling zet. Nog nooit is ze ergens zo zeker van geweest.
Ze sluit haar ogen. Ademt in.
Een harde greep om haar middel perst de lucht uit haar longen.
‘Het is nog te vroeg voor een nieuwjaarsduik, mevrouw.’ Stevig houdt hij haar in zijn armen. ‘Dit kan niet de oplossing zijn.’
Iets in zijn blik raakt haar …

De afronding

Van auteur naar acteur, één letter verschil. Nu voel ik me nog geen auteur, al geef ik een boek uit, eerder gewoon een schrijfster, maar acteren is helemaal niet mijn ding. En eerlijk gezegd, is het ook niet acteren maar presenteren, voor mij is het echter één pot nat. Per direct ben ik mezelf niet meer.

Voor de boekpresentatie zijn we aan het oefenen geslagen; Mario en ik. Naast IT- man, websitebeheerder, hulp bij ‘per ongeluk gewiste tekst’, manusje van alles wat bij een boek schrijven voorbij komt schuiven, is hij gepromoveerd tot cameraman.

Ik ben met voorlezen begonnen. Net als mijn hoofdpersoon kreeg ik natuurlijk de slappe lach. De zenuwen. Op school was het al een drama; voorlezen. De letters dansten voor mijn ogen. Een droge keel, ik had steeds het gevoel dat ik moest overgeven. In opstellen schrijven was ik heel goed, en daar stond ik na een slapeloze nacht weer te bibberen voor de klas.

Geef mij maar een toetsenbord, of een schrijfblok, dan komt alles goed. Ik functioneer beter op de achtergrond. Het liefst onzichtbaar. Maar ja, ik wil toch heel graag mijn boek verkopen, dus kruip ik uit mijn comfortzone.

De camera is genadeloos. Ook al is het maar die van mijn mobiel. Ben ik dat? Blijkbaar wel. Ik zie mezelf door hele andere ogen. Een paar jaartjes jonger. Wat vlotter. Hoe doen presentatrices dat, met een mooie stem en glimlach op hun gezicht? Ze lijken op te leven voor de camera. Ik verschrompel als een rozijntje. Of verstar, zoals een konijntje in de felle koplampen van een auto.

Zaterdag de twaalfde is het zover. Ambilicious lanceert om 20:00 uur mijn boek: Een Moment In Tijd, en verschijn ik in beeld. Ik wens jullie alvast veel sterkte.  

Een adempauze

‘Een Moment In Tijd’, ligt bij de drukkerij. Nu even bijkomen van alle hectiek de afgelopen weken. De digitale pagina’s vliegen niet meer heen en weer. Alle puntjes staan op de i. Ik vroeg me regelmatig af hoe ze het ‘vroeger’ in vredesnaam deden, voor het computertijdperk.

Stilte. Mijn bloeddruk daalt weer, mijn hartslag ook, ik kan zowaar vijf minuten aan iets anders denken dan aan mijn boek. Mijn hersenen draaiden cirkeltjes. Check, check, check.

In de laatste fase van de opmaak, bedacht ik, dat ik een andere proloog wilde. De oorspronkelijke leek me ineens saai, nietszeggend zelfs. Het paste voor mijn gevoel niet in de sfeer van het boek wat ik wil overbrengen. Gelukkig is Inanna niet voor één gat te vangen. Dus dat kon er ook nog wel bij.

De volgende stap is de online boekpresentatie. Een nieuwe uitdaging.

Wat ik zo ontzettend leuk vind van Ambi, is dat je overal bij betrokken wordt, bij elke stap mee mag denken. Bedankt, Inanna en Peter.

Op 12 december om 20:00 uur; een moment in tijd.
Een belangrijk moment voor mij; de lancering.
Een vacuüm. Een geboorte.
Dan raast het leven weer verder, laat ik boek het los en mag het zijn eigen weg gaan volgen. Het is aan de personages om de harten van de lezers te veroveren.

De Sint en Piet

De Sint, beneden op zijn paard,
het mondkapje hangt halverwege zijn baard,
gebaart dat hij op moet schieten,
ze hebben te weinig Pieten.

Een zwart masker op zijn blanke snoet,
gecamoufleerd met hier en daar een veeg roet,
balanceert Piet over de daken,
hij voelt de dakpannen onder zijn gewicht kraken.

Op deze functie heeft hij niet gesolliciteerd,
hij had voor wegwijs Piet geleerd,
hoogtevrees doet hem de das om,
Google Maps zegt steeds; keer om, keer om.

Hierboven staat hij flink te kijk,
wat moet hij doen, wat een gezeik,
en nu schijnt ook nog de maan op zijn witte huid,
in de verte hoort hij een bekend geluid.

Sirenes komen met veel kabaal in de straat,
twee agenten springen eruit en staan paraat,
‘Kom van dat dak af, malloot,
je klimt nu naar beneden, langs de dakgoot.’

‘Laat mijn Piet met rust,’ bemoeit Sinterklaas zich ermee.
‘Jij beste man, gaat ook met ons mee.’
‘U toont geen respect, weet U wel wie ik ben?’
‘Een verklede man,’ zegt de agent met klem.

De Sint valt van zijn paard van schrik,
hij stamelt: ‘eerst de Pieten en nu ook ik.’
‘Houdt u wel afstand, beste man,
anderhalve meter, als het even kan.’

Het paard wordt onrustig en danst op zijn hoeven.
‘Verderop in de straat stonden nog vijf boeven,
op samenscholing staat een fikse boete.’
‘Maar, agent, hier wonen veel kinderen, op deze route.’

‘Ben je zo’n viezerik, vermomd als Sint?
Loer je soms naar ieder kind?’
Met een plof landt Piet op zijn kont,
hij zwaait wild met zijn zak in het rond.

‘En nu is het genoeg,’ buldert Piet boos,
de zak verandert in een grote windhoos.
‘Jullie hebben de Goedheiligman besmeurd,
nu is het met jullie gebeurd.’

Eén voor één verdwijnen ze in het gat.
Piet mept met zijn roe. ‘Zie zo, dat is dat.’
‘Goed gedaan, Piet. Vanaf nu word je mijn beschermheer,
eerlijk gezegd, vind ik het absoluut niet leuk meer.’

De Sint slaat zijn armen om de hals van zijn paard,
en snikt: ‘het wordt te gevaarlijk, ik ben hoogbejaard,
vanaf nu brengen we de cadeautjes met een drone
en wij blijven thuis: home sweet home.’