Hoofdstuk 9

Skye komt een beetje overeind, ze leunt op haar ellebogen. Het bed heeft een meegevend matras. Niet een harde leren bank met een rolletje onder haar hoofd. Satijnen lakens omhullen haar tengere figuur. De kamer bestaat uit ruwe houten balken, een houten vloer met kleden en de wanden aan weerszijden zijn bol, het geheel doet haar aan een wijnvat denken. De voorkant is rond en volledig van glas. Door een aangenaam briesje bollen de doorzichtige gordijnen voor de geopende pui op.
Ze is bijna vergeten hoe buitenlucht aanvoelt. Met haar ogen volgt ze een neonkleurige vlinder die op de balustrade van de veranda landt. Het fluiten van de vogels is bijna hemels te noemen. Met heel haar wezen neemt Skye het gezang in zich op. En rozen. Ze weet zeker dat ergens rozen bloeien. Hun zoete aroma omhult haar. Het ruisen van de wind door bladeren maakt haar loom.
Wanneer heeft ze dit voor het laatst gehoord?
Als dit de dood is, dan had ze er beter al veel eerder uit kunnen stappen. Haar enige drijfveer was Torre. En de kinderen die ze lesgaf. Ze wilde hen zo graag het gevoel van vroeger — toen alles nog normaal was — meegeven. Hoewel de idiotie en het machtsmisbruik steeds meer de overhand kregen, voordat alles uit de hand liep. Skye zakt in het zachte kussen terug. Haar oogleden zijn zwaar.

Stemmen … zacht en melodieus. Geen onpersoonlijke computers die bevelen uitbraken vanaf het moment dat een nieuwe dag aanbreekt. Dagen die genummerd zijn, omdat de seizoenen amper nog bestaan. Geen maanden meer, geen verjaardagen, geen feestdagen, alleen een reeks getallen. Tot het nieuwe jaar zich aandient en alles van voren af aan begint. De mensheid had alles verknald en daarmee straf verdiend. Alle vreugde was uit hun leven verbannen. Daarmee zouden alleen de sterksten overleven was het motto van de staf.

Skye worstelt zich uit een moeras van dromen, en wrijft door haar ogen. Ze is alleen. De ruimte ademt een serene rust uit die haar lijkt te dragen.
Door de geur van versgebakken brood beseft ze dat ze uitgehongerd is. Een glas jus d’orange, een mand met broodjes, boter, kaas, en iets wat eruitziet als zelfgemaakte jam in een schaaltje staat op een laag tafeltje naast haar bed. Ook een bakje met yoghurt. Of is het, kwark? Plus allerlei soorten vruchten. Het water loopt haar in de mond als ze naar de perzik grijpt en haar tanden voorzichtig in het zoete vruchtvlees zet. Het sap druipt langs haar kin. Ze vangt het op in het kuiltje van haar hand.
Niets verspillen.
Voor het eerst in anderhalve decennia heeft de computer niet haar menu berekend op haar gewicht en werkschema. Over het algemeen bestond het ontbijt uit energierepen met alleen nuttige voedingstoffen, als doel; een zo hoog mogelijke prestatie van het lichaam te bereiken.
Maar, het fruit uit de kassen is qua de smaak niet te vergelijken met dit. Ze eet het vruchtvlees tot aan de pit — die een beetje bitter smaakt — en in gedachten probeert ze een keuze te maken wat ze op haar brood zal doen. Eigenlijk wil ze alles wel proeven. Eerst de kersen.
‘Zo te zien heb je trek,’ klinkt een warme stem, die ze uit duizenden zou herkennen.
‘Jáxx.’ De kleur van zijn ogen is lichter. Transparanter.
‘Skye …’ Hij gaat op het bed zitten en trekt haar in zijn armen. Ze strijkt door zijn haren die nooit zo zijdezacht aanvoelden. Het donkerblond is doortrokken van grijs.
Ze maakt zich los uit zijn omarming en schaamt zich voor haar rattenkop, veegt erdoorheen en merkt dat het langer is. ‘Ben ik dood?’
‘Voor aardse termen wel.’
‘Waar zijn we dan?’
Met een serieus gezicht zegt hij: ‘Dat is misschien wat moeilijk te bevatten.’
De stilte die valt benadrukt de tussenliggende achttien jaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s